B  I  B  L  I  O  T  H  E  C  A    A  Q  V  I  L  I  A
Bron: Gazette van Temsche, 75e jaargang, nr. 32 (zondag 5 januari 1936).
Transcriptie: Yannick Anné (1 februari 2018). Alle rechten voorbehouden.

Verleden Zaterdag hadden groote feestelijkheden plaats ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan der Firma William Wilford, welke werden ingezet met de ontvangst der genoodigden, ten huize van M. Ernest Wilford. Op den bevlagden voorhof prijkten volgende jaarschriften :

1835 WILforD stIChtte ’t Werf ; ’t stonD kraChtIg ; ’t zIJ Voor Velen goeD.
1935. – besChUt VeILIg, aLhooge goD, WILforDs toezIChters & VoLk, In haVe & goeD.

In afwachting van Zijne Excellentie Minister Van Isacker, werd de eerewijn geschonken, voor de reeds aangekomen genoodigden, de bedienden en meestergasten der fabriek, waaronder Amedé Van der Herten 60 jaar werkzaam op de fabriek, in aanwezigheid van gansch de familie Wilford.

Rond 12 uur kwamen Z. Exc. de Minister van Economische Zaken, de heer Inspecteur-Generaal Janssen, vertegenwoordigende de Minister van Koloniën en de heer Colson algemeen secretaris aan het Ministerie van Economische Zaken, ter plaatse.

Onder de leiding van M. Van Duyse, huidig bestuurder, legden zij een bezoek af aan de fabriek, na een kleine verfrissching genomen te hebben.

Rond 1 uur, begaven de familie Wilford en de genoodigden zich naar den Burgerkring, waar een schitterend feestmaal plaats had, waaraan ook al de werklieden van de fabriek alsook de oudgedienden deelnamen.

Een strijkkwartet onder leiding van den vioolvirtuoos Frans Temmerman, onze inboorling, luisterde het feestmaal op.

Aan de eeretafel hadden plaats genomen M. en Mevr. Ernest Wilford met in hun midden Z. Exc. Minister Van Isacker. Verder M. en Mevr. Van Duyse-Wilford en dochter Mej. Milly Wilford, M. Mesot, M. Alb. Wilford, alsmede de genoodigden : M.M. Janssens, Colson, Nachtergaele, vertegenwoordigend de Nat. Mij van Spoorwegen ; F. J. Boel, burgemeester van Temsche ; L. Cambier, ondervoorzitter van het Verbond der Textielgroepeeringen van België ; Van de Putte, secretaris id ; Volksvertegenwoordiger Beeckx ; Scheltjens, letterkundige ; Mommens, Hoofd-Arbeidsopziener ; Vervaecke, Arbeidsopziener en de vertegenwoordigers der pers.

Tijdens het banket nam de heer Ernest Wilford het woord. Zijn eerste woord is om de nagedachtenis te huldigen onzer diepbetreurde Koningin, om dan hulde te brengen aan ons roemrijk Vorstenhuis, dat altijd heeft geijverd om handel en nijverheid in België te doen bloeien. In naam van de Firma en het personeel wordt een telegram van gehechtheid en trouw gezonden aan het Vorstenhuis.

Hij dankt vervolgens den Heer Minister om zijne aanwezigheid.


De heer Beheerder-Bestuurder, M. Van Duyse, neemt alsdan het woord :

Excellentie,
Mevrouwen,
Mijnheeren,

Er was eens een man, ’t is lange jaren geleden, komende uit het Noorden, die hier te Temsche rond Kerstdag in het schoentje der Gemeente een der schoonste geschenken bracht voor het heil der bevolking. William Wilford, afkomstig van Northallerton, in Yorkshire legde in 1835 den eersten steen der Weverij waarvan wij vandaag het honderdjarig bestaan vieren.

Verschillende jaren had hij de streek bezocht om vlas te koopen voor spinnerijen van Belfast en Ierland. Hij verbleef eerst te Rotterdam om zich enkele jaren nadien te Temsche te komen vestigen. Dat hij aan onze gemeente de voorkeur gaf voor zijn verblijf is heel natuurlijk, hare ligging aan den machtigen Scheldestroom, hare buitengewone verbinding met het binnen en buitenland, waren uitgekozen om er een stapelhuis op te richten voor den vlashandel. In 1828 was Temsche reeds het centrum van zijne werkzaamheden, doch hij verplaatste zich regelmatig naar Kortrijk en Holland. Eene reis naar Kortrijk duurde te dien tijd van 2 tot 3 dagen per rijtuig naar Rotterdam even lang per beurt of zeilschuit.

William Wilford, als zoon van een linnenfabrikant, schijnt de voorkeur te hebben willen geven aan de oude Familie-bedrijvigheid. Aangemoedigd door het feit, dat de zeildoekweverij in Belgie nog niet bestond, en dat er een groot afzet gebied voor te vinden was, besloot hij eene weverij te stichten. Gedurende zijne verplaatsingen kwam hij in aanraking met de beroemde handwevers van Bellem, en het was dan ook in die streek dat hij de eerste arbeiders aanwierf. Hier aan deze tafel hebben wij nog een afstammeling van die pionniers Jozef Martens.

Het feit dat William Wilford alhier een nieuw textielbedrijf stichtte kan worden aanschouwd als een ommekeer in de textiel-geschiedenis.

Waren het niet onze landgenooten, in Artevelde’s tijd die den weverstiel in Engeland met de beste krachten hebben gevoed ?

Waren het niet onze vermaarde Doornijksche tapijtwevers die in de 17e eeuw in Engeland dit nieuw vak, de wereld rond gekende « Kidderminster Carpet Trade » stichten ? William Wilford zou nu, in tegenover gestelden zin, Belgie met een nieuwe nijverheid begiftigen.

DE ZEILDOEKWEVERIJ.

Zeildoek ! Een oppervlakkig aanschouwer zou kunnen denken dat zeildoekweven de kindsheid is van den weverstiel. Dit is eene verwarring met andere soorten van grove geweefsels welke men ten onrechte zeildoek noemt. Indien er een expert-zeilmaker noodig was om een zeil te snijden, dan was ook een expert-fabrikant onmisbaar om de moeilijke eigenschappen van een degelijk doek weer te geven.

Kleederen mogen wat van hun vorm verliezen, dat belet de bewegingen van den drager niet. Een onregelmatig of overdreven rekkend zeil is niet alleen een groote last voor den scheepskapitein, maar het hindert den loop van het schip. Het is dus verstaanbaar dat de bijzondere hoedanigheid van zulkdanig doek eene eerste vereischte was en elite vakmannen vergde, bijzonderlijk dan, wanneer de wind nog de eenige drijfkracht was en alles nog handwerk. Doch in 1851, op de eerste tentoonstelling te Londen, verschenen de mekanische zeildoekgetouwen en werden onmiddellijk door de firma aangekocht. Dit was eene groote omwenteling. Vervolgens zou alles door stoom worden bewogen en de zaak merkelijk worden vergroot.

Dat William Wilford met een stoutmoedigen ondernemingsgeest was begiftigd, werd nogmaals bevestigd toen hij, in 1859, met een drietal vrienden, de huidige stoomvaartlijn Steamer « Wilford » Temsche-Antwerpen tot stand bracht, nadat Provintie en Staat reeds tweemaal mislukt waren.

William Wilford stierf in 1868. Bij zijne teraardebestelling was de gansche gemeente in rouw. Een in de archieven bewaarde lijkrede, uitgesproken door den toenmaligen Burgemeester Braeckman, bevat de volgende woorden : « Voor William Wilford was ons land voor het zeildoek van den vreemde afhankelijk ; onze voortbrengselen waren geheel en al onbekend op alle plaatsen van Europa.

En nu, dank zij den ondernemingsgeest, de onbuigzame volharding van onzen grooten nijveraar, kan Belgie er zich op beroemen den eersten rang in deze zoo belangrijke nijverheid in te nemen. »

Dat William Wilford de baanbreker is geweest van de fabrieknijverheid te Temsche, wordt bevestigd in de Kronijk van Temsche door De Potter en Broeckaert.

Hij werd opgevolgd door zijn twee oudste zonen.

Enkele jaren later zou John James Wilford, vader van Mijnheer Ernest Wilford, alleen het beleid in handen nemen. Kort na den dood van William Wilford kwam de Fransch-Duitsche oorlog met zijne droevige economische gevolgen. Dergelijke ondervinding hebben wij ook na den wereldoorlog opgedaan. De geschiedenis is eene bestendige herhaling. Jammer dat verdwenen kwalen zoo spoedig worden vergeten. Iedereen kent nochtans de geschiedenis van Jozef van Egypte, maar weinigen treffen tijdig de noodige maatregelen om de jaren van depressie te boven te komen.

Met een taaie volharding werd aan het fabrikaat eene nieuwe richting gegeven : het waterdicht doek dat voor het eerst in ons land door de Firma Wilford werd gefabrikeerd. Dit ten einde de dreigende leemte in te vullen veroorzaakt door het geleidelijk verdwijnen der zeilschepen.

Rond de jaren 1890/1892 was de toestand opgeklaard en men mocht de toekomst met vertrouwen inblikken, toen een nieuwe slag ons trof – de plotselinge dood, in Maart 1894, van Mijnheer John Wilford – pas 58 jaar, nog in volle levenskracht.

De geheele verantwoordelijkheid kwam nu op de schouders van Mijnheer Ernest Wilford drukken, slechts 24 jaar oud.

Als een zegen Gods, als eene belooning voor zijn hardnekkig werken, is hij volkomen geslaagd niet alleen de zaak te behouden zooals zij was, maar door noesten arbeid er grootere uitbreiding aan te geven. Onder zijne leiding heeft de fabriek zich tot eene machtige inrichting ontwikkeld, beschikkende over een aanzienlijk voortbrengstvermogen. Als noeste werker is hij alom bekend. In zijne jonge jaren stond hij aan den weefstoel om zoo alle eigenschappen van onze nijverheid grondig te leeren kennen en later als leider te kunnen optreden.

Werken was zijn leven.

Aan zijne kundige leiding, aan zijn onverpoosd streven naar uitbreiding hebben wij het welvaren onzer firma te danken.

Ik ben gelukkig als Beheerder-Bestuurder, de gelegenheid te vinden eene speciale hulde te brengen aan Mr Ernest Wilford, als hoofd onzer firma.

Alleen mijn nauw verwantschap belet mij in het openbaar volgens mijn wensch, hem den verdienden lof toe te zwaaien.

Wanneer wij het verleden onzer firma overloopen, voelen wij, jongeren, ons fier te mogen deelnemen aan de bekroning van dit werk.

Zelden gebeurt het, het honderdjarig bestaan eener firma te vieren. Zeldzamer nog komt dit feit voor onder het onafgebroken bestuur van drie afstammelingen.

Grootvader, Vader en Zoon tellen samen 123 jaar toewijding aan de textielnijverheid.

Van jaar tot jaar hebben wij de zaak zien groeien, om in dit jubeljaar de grootste uitbreiding te bereiken die wij ooit gekend hebben.

Als een schip veilig de haven bereikt, dan denk ik aanstonds, naast den stuurman, ook aan de bemanning, aan onze bedienden en werklieden. Ik houd er speciaal aan hen op dit jubelfeest, met klem, eene bijzondere hulde te brengen. Aan hen, die zich met hart en ziel aan hun ambt toewijden, en die door hun verkleefdheid de firma Wilford hebben toegelaten hare faam hoog te houden. Op deze fabriek is ’t werken geen last, daar er rechtvaardigheid en liefde heerscht tusschen patroons en werklieden. Alle nieuwe sociale wetten worden met genoegen nageleefd. Zelfs meer, de wet op de gezinsvergoedingen van 1930, werd hier reeds toegepast in Juli 1929.

Als men spreekt van een honderdjarig jubileum is men geneigd te denken aan iets van den ouden tijd, iets dat eerbied afdwingt, maar ook medelijden ; iets dat misschien wel moet geholpen worden.

Dit jubileum gelukkiglijk draagt een gansch ander karakter. Wij vieren eene firma springlevend en in volle jeugd. Zeker, er zijn bejaarde mannen, mannen met grijze baarden, maar het hart is immer jong.

Er zijn ook jongelingen van 15 jaar met de wilskracht van den man. Het is de medewerking van alle krachten, de verstandhouding tusschen patroons en werklieden, dit krachtig raderwerk gesmeed uit zuiver staal, dat ons het prachtig resultaat heeft gegeven dat wij vandaag vieren.

Wat 100 jaar oud is, dat is de faam, de ondervinding. De hoedanigheid onzer produkten hebben het merk Wilford synoniem gemaakt van perfekte waterdichte doeken.

Wat 100 jaar oud is, is de overeenkomst, het streven naar algemeen welzijn door het werk ; de samenwerking tusschen bestuur en personeel. Een bewijs daarvan is wel de lange jaren dienst van onze getrouwe bedienden en werklieden. Het groote aantal gedekoreerden, die hier als de eerewacht vormen rond het bestuur ; die de officieele erkenning dragen van ware plichtsbetrachtiging, van ambtsvervulling.

Die samenwerking hebben wij meer dan ooit noodig voor de toekomst, want de tijden zijn hard voor de textielnijverheid.

Ik wil hier in herinnering brengen de woorden uitgesproken door den Heer Minister van Economische Zaken bij het openen van het paviljoen der textielnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling :

« Zooals steeds in het verleden van ons volk het geval was, is thans weer de krisis der textielnijverheid het kumineerend onheil, en het meest angstwekkend verschijnsel onzer algemeene economische krisis. De zoo belangrijke en zoo kwetsbare plaats welke de textielnijverheid inneemt in ’s lands economisch en sociaal organisme, legt aan hen die U regeeren den plicht op U met alle middelen te verdedigen als een der levensfunkties van het land. »

Zooals Mijnheer Wilford het klaar deed uitschijnen in zijne verwelkoming, is de Heer Minister zijn woord getrouw gebleven, en hij heeft zich geen moeite gespaard om de textielnijverheid uit het marasme te trekken waarin ze zich bevindt. Ik dank nogmaals zijne Excellentie voor zijn krachtdadig optreden bij het verdedigen onzer nijverheid.

De toestand nochtans is niet rooskleurig. De overvloedsjaren van 1919-1926 zijn helaas lang vervlogen. Sinds zijn de moeilijkheden gekomen.

De meeste onzer vreemde afzetgebieden hebben zich gedurende den wereldoorlog, door nood gedwongen, zelf ingericht. Ik noem : Amerika, Indie, Rusland, Japan en meer andere.

Daardoor verminderde niet alleen onzen uitvoer naar die landen, maar zagen andere mogendheden als Engeland, Nederland, Italie, zoowel als wij getroffen, zich verplicht protektionistische politiek te voeren om hunne werklieden aan het werk te houden.

Voeg daarbij de dumping openlijk of geniept door sommige landen gepratikeerd, de contingenteerings-maatregelen en… last, not least, het verbod op uitvoer van deviezen en het zal U klaar zijn met welke moeilijkheden het bestuur der fabriek op heden heeft te kampen.

Spijts alles vreezen wij de toekomst niet ! Waar een wil is is een weg.

Zooals in vroeger jaren de krisis werd overwonnen, zullen wij ook ons aanpassen bij de nieuwe tijdsomstandigheden en de nog vrije wegen trachten te verbreeden.

Samen met U, geachte bedienden en werklieden, steunende op uwe technische bekwaamheid en noesten ijver, streven wij voort. Samen smeden wij de toekomst. Niets zal ons ontmoedigen om de stijgende lijn onzer firma te volgen.

Immer vooruit ! en nogmaals dank voor uwe lange jaren verkleefdheid.


Toen was het de beurt aan de heer Minister Van Isacker om het woord te nemen wat hij, volgens zijn verklaring, volgraag deed daar het hier een hartelijk familiefeest betrof. Spreker drukt erop dat hij hier moest zijn omdat het land maar al te zeer bewust is van het feit dat de generatie der Wilfords zulke groote diensten heeft bewezen aan het land. De grondslag van de Belgische ekonomie, aldus ging spreker verder, is steeds een familiezaak geweest en daarom houden wij zoo aan tradities. De minister brengt daarna hulde aan den heer Ernest Wilford, de patroon die alles voor zijn werklieden doet en er ook alles voor over heeft, steeds denkende aan het brood zijner ondergeschikten. Spreker verheugde zich vervolgens in de werkelijke verbetering die zich in den toestand van het land laat gevoelen, en vooral in de textielnijverheid, en eindigde met het glas te ledigen op den bloei en den groei der onderneming.

Daarna vestigt de heer Minister het eereteeken van Ridder in de Kroonorde.

Jozef Martens, welke nog aan de zijde gestaan heeft van M. William Wilford, ontvangt de zilveren Palmen der Kroonorde.

Gouden Palmen Orde Leopold II : Karel Gosselin, Eduard Maes en Alois de Groep.

Nijverheidseereteeken 1e klas : Cyriel De Schepper, Petrus Huys, Kamiel Gosselin, B. Van Overschelde, Alfons Gosselin.

Nijverheidseereteeken 2e klas : Karel De Greef, Karel Rombout, Frans Gosselin, Ad. Janseghers, Kamiel De Bondt, Anna Bats en Anna Gosselin.

Na het uitreiken der eereteekens brengt M. Janssen hulde aan M. Ernest Wilford, roemt zijn diensten bewezen aan het Ministerie van Koloniën, zegt dat in Congo het volgende “Wie onder een tent van Wilford huist, mag op zijn twee oren slapen„ spreekwoordelijk is. Verder zegt hij hoe de bedrijvigheid van M. Wilford zich telkens weer aan de nieuwe tijdsomstandigheden aanpast en de betrekkingen tusschen de firma Wilford en het Ministerie thans guller zijn dan ooit.

Nu biedt M. De Staercke, ondervoorzitter van den Belgischen Textielbond, zijn hartelijke gelukwenschen aan zijn Voorzitter, M. Ernest Wilford, die steeds het schip in het goede vaarwater weet te houden, in naam van gansch den bond. Zijn gelukwenschen gaan ook naar de gade, Mevr. E. Wilford. Spreker roemt ook de werkkracht en de belangeloosheid waarmede de Voorzitter den bond leidt.

In naam van den Textielbond, tak Sint Niklaas, biedt de heer Peeters ook zijn gelukwenschen aan.

Burgemeester Boel voegt, in naam der gemeente Temsche, zijn beste gelukwenschen bij al de voorgaanden en betoogt hoe M. Wilford in crisistijden ook nijveraar weet te zijn, wat een bewijs is van zijn wilskracht en doordrijvend karakter. Na den Minister te hebben bedankt om zijn tegenwoordigheid brengt hij hulde aan de gedecoreerden om hun onderscheiding.

Scheltjens, letterkundige, die steeds een trouwe vriend was der geachte familie Wilford, geeft in schilderachtige bewoordingen de geschiedenis van de Wilford’s, William, John en Ernest en onderlijnt hoe ze steeds waren « mannen met het hart op de rechte plaats, mannen van initiatief, vooruitgang en werkkracht„. M. Ernest Wilford bezit ’n stoere energieke levenskracht, ’t is ’n enthousiast bewonderaar van de natuur en het schoone, ’t is ’n filantropisch mensch, hij leve lang.

De heer volksvertegenwoordiger Beeckx voegt zijn gelukwenschen bij de voorgaanden en zegt dat de exportnijverheid de eerste stoot moet geven tot het overwinnen der crisis. Verder brengt hij hulde aan de geachte familie Wilford die steeds de minst bedeelden gedenkt. Vandaag weerom zijn de bewoners onzer liefdadige instellingen erbij. Mijnheer en Mevrouw Ernest Wilford zijn steeds op de bres om de noodlijdenden hulp te bieden. Ik drink op hunne gezondheid en lang leven.

Laatst komt aan het woord, in naam der bedienden en werklieden der Firma, den heer Coene. Hij stuurt zijne gelukwenschen toe aan M. Ernest Wilford, in wien hij de drie geslachten huldigt die onverpoosd hebben geijverd om den roem der belgische weefnijverheid hoog te houden. Bloemen worden overhandigd aan Mevrouwen Wilford en Van Duyse. Hij brengt eene bijzondere hulde aan M. Van Duyse wien ’t te danken is dat de firma sterker staat dan ooit en die ze op de verste markten heeft bekend gemaakt, zoodat de firma met betrouwen den dag van morgen afwacht.

Een borstbeeld, uitgevoerd door onzen medeburger, den gekenden beeldhouwer Karel Aubroeck, voorstellende M. Ernest Wilford, wordt onder langdurige toejuichingen aan dezen laatsten aangeboden, in naam van gansch het personeel.

De heer Ernest Wilford, de flinke man, de stoere werker en leider, is totaal onder den indruk van deze spontane blijken van genegenheid en zijne tranen verbergend dankt hij met volgende reden:

Excellentie,
Dames en Heeren,

Woorden ontbreken mij om mijne erkentelijkheid uit te drukken aan allen zonder onderscheid, die het hunne hebben bijgedragen tot het welgelukken van dit voor mij onvergetelijk feest.

Nogmaals dank Excellentie voor Uwe aanwezigheid in ons midden, voor uwe aanmoedigende rede, voor de groote eer aan mijne trouwe medewerkers bewezen. Geloof mij zij zijn waardig.

Dank aan U allen vrienden medewerkers voor dit prachtig geschenk uwen grijsbaardigen patroon aangeboden, strijkende blijk van de goede verstandhouding, gebiedende hoedanigheid om de immer toenemende moeilijkheden met vrucht te bestrijden. Voor dit alles voel ik mij diep ontroerd.

Heden herleef ik de gansche geschiedenis der firma : wat men mij in mijne kinderjaren over grootvader heeft verteld, wat ik zelf met en zonder mijnen onvergetelijken vader heb beleefd.

Mijne herinneringen hoppelen terug naar mijne teedere jeugd, strekken zich voor bijzondere feiten over een termijn van ongeveer 60 jaren, en nochtans blijft dit alles klaar in mijn geheugen geprent.

Toen ik 50 jaar geleden in 1885 in het harnas trad, na een jaar in Engeland in een dergelijke nijverheid als leerjongen te hebben doorgebracht werd ik alhier in verschillende vakken van ons ambt opgeleid en gedurende 3 jaren wendde ik ’s Zaterdags, net zooals alle andere werklieden, mijne voetstappen naar het winket om mijn winstje op te strijken. Vader was van oordeel dat om met eenige kans tot lukken, het bevel te voeren, het gebiedend was vakman te zijn. Strenge opleiding die ik nooit heb betreurd.

Mijnheer Van Duyse heeft U de geschiedenis der Firma voorgelegd en ik hoef U hierover niet verder in te lichten. Alleen zou ik er willen bijvoegen dat wij immer de twee vereischten van een goed bestuur hebben  nageleefd : Alle mogelijkheden nauwkeurig onderzocht, een groot gedeelte van onze winsten aan uitschakeling van verouderd en ontoereikend materiaal, aan hernieuwing en verbetering toegepast.

Gebiedend is de voorzorg eene uitrusting op de hoogte te houden van de immer toenemende benoodigdheden degelijke met de tijden stemmende produkten te leveren.

Maar al te veel ergernissen worden aan toeval toegeschreven, de wet der minst mogelijke krachtinspanning, daar waar onvoorzienigheid en nalatigheid alleen de schuld hebben.

Ik ben fier bij onze afnemers vrienden te tellen die ons van kind’s af zijn bekend en als met een onbreekbare band aan de zaak zijn gehecht.

Eerlijke bediening, puike waren, ziedaar het geheim van den waren nijveraar, zijne degelijkste en goedkoopste reklaam.

Voor ik mijne rede afsluit, bid ik U te gedoogen dat ik ook eenige woorden richt tot de jongeren :

Strijd tot vooruitgang ; ontmoedigt U niet bij de eerste moeilijkheden. Ik ook heb groote teleurstellingen beleefd. Op 23jarigen leeftijd kwam door het afsterven van mijn vader de gansche verantwoordelijkheid op mijne schouders te recht. Meer dan eens hoorde ik rond mij fluisteren, ik zie geen kans voor dien jongen, of, die snuiter is de oude niet.

Dank God ik bleef onbedaard, bijgestaan, aangemoedigd door mijne dierbare gade, aan het werk met hart en ziel van ’s morgens 6 tot ’s avonds 10 uur, bewust dat ik wel de tijd had om die menschen te bewijzen dat ik wel nog een scheutje was van den ouden stam.

En wanneer ik nu aan dit alles denk, dan vraag ik mij af, of zij die mijne eerste pogingen hebben miskend, mij niet den grootste der diensten hebben bewezen, met mijne vastberadenheid te versterken.

De Sociale wetten hebben zich op merkwaardige wijze uitgebreid, aan de hedendaagsche noodwendigheden aangepast, hebben U grootelijks begunstigd in verhouding met de bekrompen middelen waarover uwe voorouders beschikten.

Tegenover deze ingrijpende rechten staan ook plichten. Vrije tijd ontbreekt U niet, doch de wetgever heeft deze niet uitsluitend bestemd tot sport en vermaak, maar ook wel tot ontwikkeling.

Niemand zal mij betichten sport ten kwade te schatten, ik ook heb veel aan sport gehad en nog, doch niets moet worden overdreven, alles op tijd en stond.

Is een gezond lichaam gebiedend, heeft den geest behoefte aan verkwikking dan blijft er toch nog wel een uurtje over om Uwe kennissen uit te breiden.

De plicht van den mensch is zich te verheffen in de samenleving, elk in zijn kring ; dit zijn wij aan ons eigen, aan ons gezin verschuldigd. Elk kan vooruitstreven indien hij vastberaden is, de noodige volharding handhaven kan. De avond- en nijverheidscholen, de boekerijen zijn tot Uw gebruik bestemd.

Er zijn nog van die menschen die droomen van een soort lui-lekkerland, gepaard met eene dienstwillige samenleving immer bereid om elkeens moeilijkheden te schouderen. Ik schrik voor hen die zich inbeelden dat de hedendaagsche toestand minder behoefte heeft aan krachtinspanning, zelfopoffering en tucht. Het heden, geloof mij, is nijpend genoeg om al onze inspanning te vergen.

Herinner U dat moeilijkheden de ziel ontwikkelen, den mensch vormen.

En nu mijne jonge medewerkers een laatste woord : Ik persoonlijk nader stilaan de grens waarop de natuurlijke wet van mij zal vergen dat ik U de oude zaak ten pande geef. Spiegelt U in het voorbeeld uwer voorzaten die aan de overlevering zijn getrouw gebleven, haar hebben nageleefd. Zoo doende zie ik voor U nog de kans binnen 25 jaar nog een zeldzamer feit te vieren.

Een daverend applaus weerklinkt na deze kernachtige rede. De muziek speelt, de zaal zingt : “ Lang zal hij leven ! „ Dit was het einde van het officieele gedeelte.

’s Avonds kon het personeel zich nog eens duchtig vermaken op het bal, dat geopend werd door den heer en mevrouw Ernest Wilford, tot in de kleine uurkens duurde en in volmaakte orde verliep.

’s Is een dag geweest waarvan het personeel nog lang zak spreken en die in gouden letters in de reeds zoo goed gevulde annalen der familie Wilford mag geboekt worden.

Moge de Firma William Wilford, onder de leiding van den ievervollen Beheerder-Bestuurder, M. Prosper Van Duyse, verder groeien en bloeien, tot heil van gansch de gemeente, dit is de wensch van alle Temschenaars.

Aan de bevolking van Temsche.

Het Bestuur der “ N. V. Etablissements William Wilford „ bedankt van harte de bevolking voor de vele blijken van genegenheid aan de firma betuigd ter gelegenheid van haar honderdjarig jubelfeest.

Deze aanmoediging zal voor het bestuur der “ Etablissements William Wilford „ eene blijvende aangename herinnering zijn en tevens een spoorslag om meer en meer te ijveren voor de welvaart der gemeente.

E. WILFORD

Print Friendly, PDF & Email